allochtonen hoger onderwijs

Maar 1 op 5 jongeren van Turkse of Noord-Afrikaanse afkomst die naar het eerste jaar hoger onderwijs gaan, slaagt. Van de autochtone studenten slaagt bijna 3 op 5. Dat blijkt uit onderzoek dat de professoren Van Esbroeck (VUB) en Lacante (K.U.Leuven) samen met hun onderzoeksteam hebben uitgevoerd. De onderzoekers wijzen erop dat betere en sterkere begeleiding nodig is, en dat allochtone studenten daarbij zelf ook een rol te spelen hebben: ze moeten met de nodige zelfkennis realistische studiekeuzes maken en hun sterke motivatie omzetten in een efficiënte studie-aanpak. Minister Vandenbroucke grijpt deze vaststellingen aan om te pleiten voor een "cultuur van ondersteuning en inspanning".

Allochtonen die succesvol studeren in het hoger onderwijs zijn nog steeds dun gezaaid. Nieuw onderzoek in opdracht van minister Vandenbroucke wijst uit dat hun slaagkansen in het eerste jaar drie keer lager liggen dan deze van hun autochtone medestudenten: slechts 19,4% van de jongeren van Turkse of Noord-Afrikaanse afkomst slaagt in het eerste jaar hoger onderwijs tegenover 56% van de autochtonen.

Nog belangwekkender is de analyse van de wetenschappers wat betreft de oorzaken van dit falen. Een eerste deel hiervan is bekend: er loopt al heel wat fout in het basis- en secundair onderwijs. Zo sturen nogal wat allochtone ouders hun kinderen pas laat of niet naar het kleuteronderwijs. Die late start halen ze meestal niet meer in. Dat vertaalt zich in schoolachterstand, zittenblijven, enz.. Voor praktische of inhoudelijke steun kunnen deze kinderen vaak onvoldoende bij hun ouders terecht. Veel ouders zijn immers zelf laagopgeleid en het Vlaamse onderwijssysteem is hen nauwelijks of niet bekend. In het secundair onderwijs worden allochtone leerlingen al snel naar het TSO en BSO georiënteerd. Haast 60% van de allochtone eerstejaars uit de islamregio hoger onderwijs heeft studievertraging opgelopen tegenover 20% bij de autochtonen.

Maar Van Esbroeck en Lacante wijzen ook op problemen bij de in- en doorstroom van allochtonen in het hoger onderwijs zelf. Ze hebben het over een opeenstapeling van allerlei onderling samenhangende risicofactoren die zorgen voor minder goede studieresultaten. Ze stellen vast dat veel allochtone studenten onrealistische studiekeuzes maken (ze mikken nogal eens te hoog), dat ze een weinig efficiënte aanpak van hun studies hebben en dat ze moeite hebben om zich aan te passen.

Minister Vandenbroucke wil het probleem op verschillende fronten tegelijk aanpakken: via verhoogde kleuterparticipatie, via het talenbeleid, via het spijbelactieplan, via betere studiekeuzebegeleiding, via gerichte ondersteuning, via het nieuwe financieringssysteem in het leerplicht- en hoger onderwijs, via de school- en studietoelagen, … wil hij inwerken op al die factoren en zo de schoolloopbaan van allochtone jongeren gunstig beïnvloeden. In het hoger onderwijs moet het “Aanmoedigingsfonds” dat in het kader van de nieuwe financiering zal opgericht worden, daarin een sleutelrol spelen.

Studenten hebben daarbij zelf ook een verantwoordelijkheid. Er is nood aan realisme (bij de studiekeuze) en ambitie (bij het studeren zelf). Hij pleit in dat verband voor een cultuur van ondersteuning en inspanning. "Hoe goed het systeem ook is, hoeveel inzet leerkrachten, ouders, vrienden, stagebegeleiders, … ook tonen, je haalt enkel resultaten als ook de leerlingen en de studenten zélf zich heel bewust en met de nodige zelfkennis voor hun schoolloopbaan engageren en daarvoor inspanningen leveren", aldus Vandenbroucke.

Persmededeling Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming
datum: 21 maart 2007
http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/archief/2007/2007p/0321-allochtonen.htm

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License